Jan Willem Zwang is directeur bij adviesbureau Green Spread. In een opiniestuk op de website EnergieExpert (initiatief van Essent) gaat hij in op de internationalisering van de Nederlandse energiemarkt. Deze internationaliseringstendens is volgens hem niet altijd even succesvol.
Een komen en gaan, met boekverlies
In 1999 kwamen de Amerikanen. Nog net niet te paard, maar cowboys waren het wel, de mannen van Reliant Energy. Voor een dikke twee miljard kochten zij de centrales van de UNA om in 2002 het strijdtoneel, wat toen eigenlijk net pas goed was losgebarsten, weer te verlaten met een dik boekverlies. Ook Europa roerde zich. Het Spaanse Endesa leek in Nederland goede sier te gaan maken door zich eerst op REMU en later op NRE te richten, maar kwam nergens tot een echt succes. Ondanks dat ze een stukje moesten zwemmen, kwamen de Fransen, Duitsers en Denen wel ons land binnen, en iets later ook de Engelsen. De laatsten zijn alweer vertrokken. En inderdaad, ook met een dik boekverlies.
Buitenlandse avonturen: geen onverdeeld succes
Daarna was het een tijd rustig. Totdat Nuon en Essent zich tot een nationale kampioen wilden fuseren. De strijd der ego’s kon niet in der minne worden beslecht en overnames waren het gevolg. Zweden en wederom Duitsers deden hun intrede. Maar niet heel succesvol. Vattenfall kon al snel een half miljard afboeken op Nuon en de marktkapitalisatie van RWE daalde van 53,5 miljard euro voor de overname naar 16,6 miljard euro eind 2011: iets meer dan anderhalf keer de overnamesom voor Essent…
Of het nu geluk of wijsheid was, de voormalige aandeelhouders van Essent en Nuon hebben een waanzinnig goede deal gesloten en verkochten op het, op dat moment, absolute hoogtepunt. En dat is maar goed ook. De Nederlandse staatsbedrijven maken er zelf over de grens namelijk ook een potje van. Voorbeelden van Tennet en Gasunie, helaas, te over.
Wijzen uit het Oosten
De wind komt ook uit het oosten. In Nederland is Taqa (Abu Dhabi) actief met de gasopslag in het Bergermeer. Een maand of twee geleden is bekend geworden dat dit omstreden project, ondanks alle protesten van omwonenden, toch mag doorgaan.
Het ‘cushion gas’ voor het Bergermeer wordt geleverd door… Gazprom. En waar kennen we die ook alweer van? Uiteraard van Rusland en haar keiharde onderhandelingstactiek, maar ook van haar ambitie om, met behulp van het verkoopkantoor in Den Bosch, een marktaandeel van 15 procent te vergaren op de zakelijke markt in de Nederlandse energie.
De vraag is wat er de komende jaren gaat gebeuren. Houden Taqa en Gazprom het langer dan drie tot vier jaar vol, dan zijn het waarschijnlijk blijvertjes als E.ON en GDF SUEZ. De kans bestaat ook dat ze, net als Reliant en het Britse Centrica, in die periode hun verlies moeten nemen en weer aan hun stutten trekken.
Wat komen buitenlandse bedrijven hier op dit moment überhaupt doen?
Je kunt je dus afvragen wat bedrijven als Taqa en Gazprom hier op dit moment überhaupt komen doen. De marktvooruitzichten zijn niet al te best voor energie; lage prijzen, lage spreads, overcapaciteit, onduidelijkheid over emissierechten, onduidelijkheid over leveranciersverplichting en ga zo maar door. Denken ze op het dieptepunt van de markt in te stappen? Wordt de weg naar boven nu ingezet? Of komt er nog een ‘double dip’ en moeten ook zij straks hun verlies nemen.
Men spreekt wel over de wijzen uit het Oosten. De vraag is wanneer die komen. Is dat nu of komt er over een paar jaar opeens een afhaalchinees. Met de toepasselijke vraag: sambal bij?
Bron: EnergieExpert

EnergieBusiness is een uitgave van EnergieMedia.



