Windmolens draaien op subsidie, maar die lijkt goed besteed

Windmolens draaien op subsidie, maar die lijkt goed besteed

De windsector is big business en de SDE+ 2016 staat klaar voor nog meer wind. Draaien windmolens enkel op subsidie? En zo ja: is dit erg?

De windsector heeft een omvang van meer dan 3 miljard euro per jaar, volgens onderzoek van Decisio/TNS van anderhalf jaar geleden, en biedt werk aan 8.000 fte. De energiesector neemt het grootste deel van de omzet voor rekening, ruim een derde. Het aantal banen met een relatie tot fabricage, bouw en onderhoud bedraagt ruim 5.000. Het totale opgestelde vermogen is gegroeid naar 3.400 MW. Vanaf 1982 zijn ongeveer 2.200 windturbines gebouwd. De jaarproductie windstroom bedroeg in 2014 ruim 5800 GWh.

Ter vergelijk: de branche voor zonne-energie ‘doet’ zo’n 2,5 miljard omzet in 2015 met 10.000 fte (in 2014 2,4 miljard en 9.000 fte). Het opgestelde vermogen bedraagt 1.500 MWp van 325.000 installaties. In 2014 was de jaarproductie zonnestroom bijna 0,8 GWh. Momenteel is dat ruim meer dan 1 GWh. Een vergelijk trekken naar andere energiebronnen is interessant om de plaats die wind inneemt op waarde te kunnen schatten.

Jaarlijks maakt RVO de ‘Rapportage hernieuwbare energie’ en de laatste is van augustus 2015 met de getallen over 2014. Zo heeft ook het CBS de getallen over 2014 samengevat in de publicatie ‘Hernieuwbare energie in Nederland 2014’. Hieruit kunnen we putten.

Windmolens draaien op subsidies

De SDE+-exploitatievergoeding is de afgelopen jaren de grootste financiële motor voor windenergie. Eerdere regelingen als SDE en MEP zijn ook nog terug te vinden in de kasuitgaven voor hernieuwbare energie. In 2014 ging ruim de helft van de subsidies naar windmolens. Hieronder het overzicht van uitgaven uitgesplitst naar technologie over recente jaren.

windmolens_subsidie

Wat gelijk opvalt, is dat naast windenergie, biomassa voor hernieuwbare elektriciteit de tweede grote hap uit de subsidiepot neemt. Een groot deel hiervan gaat naar de bijstook van biomassa, voor de komende acht jaren begroot op zo’n 4 miljard. Bovenstaande grafiek kan niet zomaar doorgetrokken worden voor de jaren 2015, 2016 en volgend. De totale SDE+-subsidiepot was vorig jaar net zo groot als in 2014 (3,5 miljard), maar is voor 2016 opgehoogd tot 8 miljard. Omdat de subsidie in de vorm van een exploitatievergoeding jaarlijks wordt verstrekt op basis van de werkelijk geproduceerde energie, zal de jaarlijkse kasuitgave meer dan verdubbelen. Tegelijk zullen de gelden uit de oude MEP geleidelijk uit de grafiek verdwijnen.

Maar ook in de verdeling van uitgaven naar technologie zal verschuiving mogelijk zijn. Zo is in 2014 in de laatste inschrijvingsfase een groot aantal zon-PV projecten gehonoreerd, terwijl het aantal nieuwe windprojecten terugviel. Windparken waarvoor bijvoorbeeld vergunningen niet tijdig werden afgegeven, verschoven naar 2015. Dat jaar was op haar beurt weer bijzonder slecht voor zon-PV, maar weer een stuk beter voor wind. Voor 2016 wordt het spannend, alleen al omdat de 8 miljard niet in zes fasen, maar in slechts twee rondes wordt verdeeld. Hoe het ook zij, in de grafische weergaven is de subsidie voor zon-PV amper terug te vinden.

windmolens-subsidie5

Bovenstaande grafiek komt van het CBS en toont de uitbetaalde subsidies. Sinds 2003 is aan directe subsidie van de exploitatie van wind op land en wind op zee tot op heden ruim 3 miljard euro besteed.

Voor bedrijven die investeren in duurzame energie en energiebesparing bestaat ook nog de EIA, de Energie-investeringsaftrek. Deze fiscale voorziening komt ruwweg neer op een subsidie van 10 procent van het geïnvesteerde vermogen. De EIA is voor wind, zon, bio-energie, maar ook voor energiezuinige installaties als warmtepompen of ledverlichting. Volgens de Kerncijfers 2014 van RVO was het totale bedrag dat geïnvesteerd werd in windturbineparken bijna 720 miljoen euro. Door het plafond van het investeringsbedrag per aanvraag zal naar schatting 35 miljoen euro aan fiscaal voordeel uitgekeerd zijn. Cijfers van de EIA zijn terug te kijken tot 1997 en jaarlijks mist de belastingdienst 100-200 miljoen euro aan winstbelasting via de EIA. De vergelijkbare regeling MIA/Vamil is voor grootschalige windparken niet van toepassing.

Kostprijs voor windenergie

Jaarlijks gaat via de SDE+ en de EIA ruim 300 miljoen naar de windenergiesector, dat is dus zo’n 10 procent van de jaarlijkse omvang van van de windmarkt. In zijn weblog maakt Jasper Vis deze maand een analyse voorzien van handzame grafieken. Vis baseert zich op het ECN Eindadvies Basisbedragen SDE+ 2016. Volgens ECN bedragen de kosten voor windenergie op land 7,4 tot 9,8 eurocent per opgewekte kWh. Hierin zijn alle kosten begrepen. Voor wind op zee zijn de kosten 13,3 tot 15,7 eurocent per kWh. Als de marktprijs voor elektriciteit op de beurs gemiddeld rond de 4 cent ligt, zal het verschil bijgepast moeten worden; een bedrag van 3 tot 10 eurocent per kWh. Dat is wat de SDE+ doet.

windmolens_subsidie

Van hernieuwbare energiebronnen is windenergie op land dus de goedkoopste. Kolenstroom is op papier goedkoper, maar door de bijstook van biomassa in feite al duurder dan wind op land. Daarnaast dalen de kosten voor windenergie voortdurend. Voor wind op zee wordt verwacht dat de komende jaren de kostprijs met 40 procent kan dalen. Maar ook voor wind op land zet de kostendaling door, schrijft Jasper Vis, die verwijst naar een Duitse studie waarin een daling van de kosten met 15 procent wordt voorgerekend.

Subsidie fossiel

Windmolens draaien op subsidie, maar dat geldt niet alleen voor wind. Op allerlei onderdelen van de energiemarkt, dus zowel fossiel als hernieuwbaar, bestaan ‘overheidsingrepen’, zoals CE Delft en Ecofys het in een gezamenlijke studie noemen. Het gaat dan om overheidsinterventies zoals subsidies en fiscale regelingen, maar ook afspraken over vrijstellingen voor accijnzen (kerosine) en verlaagde tarieven voor de energiebelasting of btw-verlaging voor energiebesparing. Het onderzoek dat uit 2010 stamt, telt voor meer dan 7 miljard euro aan interventies in dat jaar. Actuele cijfers zijn niet zo eenvoudig te achterhalen, maar de stijging van budgetten voor SDE+, ISDE, EIA en subsidies voor energie-efficiëntie in de woningsector doen verwachten dat dit bedrag alleen maar hoger zal uitkomen. Volgens het rapport is in 2010 5,6 miljard euro toe te rekenen aan fossiel en 1,5 miljard aan hernieuwbaar.

windmolens subsidie

Het aandeel hernieuwbare energie in de Nederlandse energiemix is eind 2014 uitgekomen op 5,6 procent, terwijl dit in 2010 nog 4 procent bedroeg. Biomassa (bijstook) vormt het leeuwendeel van de hernieuwbare energie met ruim 70 procent. Wind is goed voor 19 procent en zon voor 3,5 procent. Windenergie levert 21 PJ van het totale bruto energetisch eindverbruik van 1980 PJ, afgerond 1 procent. Gelet op de kostenverdeling zoals CE Delft en Ecofys die maken, komt fossiel er vele malen gunstiger uit naar voren. Maar dat is nog niet het hele verhaal.

Maatschappelijke kosten

Van alle rekensommen die gemaakt worden, verschilt de grondslag. Bij de hiervoor genoemde kosten voor windenergie worden alle kosten voor de gehele levenscyclus meegenomen, dus inclusief demontage en hergebruik na de exploitatiefase. In het eind vorig jaar verschenen boek Alles over windenergie – de feiten op een rij wordt dit uitgelegd. Zo worden de kosten voor ontmanteling van conventionele centrales niet meegerekend, maar ook een deel van de kosten voor de winning van grondstoffen blijft buiten beschouwing. Ook de schade van bijvoorbeeld de aardbevingen in Groningen zijn niet ingecalculeerd. Hiermee komen we op de maatschappelijke kosten van de diverse energiebronnen. Uitstoot van fijnstof bijvoorbeeld, leidt tot gezondheidsschade, met alle kosten van dien.

Fig2.75dpi

In een studie van de Europese Commissie zijn de ‘externe’ (maatschappelijke) kosten voor de diverse energiedragers berekend en deze zijn niet onaanzienlijk. Voor kolen wordt een bedrag van maar liefst 3-4 eurocent per kWh genoteerd, bijna gelijk aan de productieprijs.

Externe kosten van elektriciteitsproductie (€ct/kWh)
Energiedrager Nederland Europa
Kolen 3 – 4 2 – 15
Olie 3 – 11
Gas 1 – 2 1 – 4
Kernenergie 0.7 0.2 – 0.7
Waterkracht 0 – 1
Wind 0 0 – 0.25

(Bron: Alles over windenergie)

CO2-emissies

Dat windmolens op subsidie draaien is nu wel duidelijk. Ook dat de kosten voor de ontwikkeling van hernieuwbare energie uitgedrukt per geproduceerde petajoule hoger zijn dan voor fossiel. Maar er is nog een onderwerp dat in de afweging betrokken moet worden, en dat is de CO2-uitstoot gedurende de levenscyclus van de verschillende energiedragers.

De totale CO2-uitstoot van windenergie is ca. 7 gram per kWh, legt Jasper Vis uit op zijn blog. Voor kolenstroom is dat 865 gram per kWh. Als we hier de externe kosten uit de vorige paragraaf en die van overheidsingrepen loslaten op de emissies van fossiel, dan kantelt het plaatje. Vis schrijft op zijn blog: ‘Als alle materialen, de bouw en installatie, het onderhoud en de ontmanteling van een windpark van 100 MW (33 turbines van 3 MW) worden meegenomen, dan is de totale CO2-uitstoot 50.000 ton, over een levensduur van twintig jaar.’

De gemiddelde uitstoot zoals berekend door de National Renewable Energy Laboratory NREL is voor wind (land en zee) ongeveer 10 gram per kWh, net zoals kernenergie. Voor zon-PV is dat iets minder dan 50 gram. Bij kolen is dat rond de 1000 gram en bij gas iets onder de 500 gram.

windmolens-subsidie3

Het systeem voor CO2-beprijzing, het Europese ETS, heeft (nog) niet de effecten die beoogd worden: technieken met een hoge uitstoot duurder maken ten voordele van techniek met een lage uitstoot, zoals in dit artikel windenergie, of zon-PV. Hogere prijzen kunnen door de gehele keten een enorm effect hebben. Omdat momenteel veel aandacht uitgaat naar het versterken van het ETS, kan het zomaar zijn dat de integrale kosten voor hernieuwbaar een stuk gunstiger uitkomen dat die voor fossiel.

Bij een CO2-prijs van 50 euro per ton wordt kolenstroom 3,8 eurocent per kWh duurder dan ze nu is. Dit schrijft Henri Bontenbal op RTL Nieuws. Windmolens draaien op subsidie, ja, maar zijn in samenhang met doelstellingen voor emissiereductie en de eindigheid van fossiele voorraden, op dit moment een relatief goedkope route.

windmolens-subsidie6

 

De uitspraak ‘windmolens draaien op subsidie’ wordt toegewezen aan Mark Rutte in de vorige verkiezingen.

Doe mee en reageer: 
Hoe is het gekomen dat we ‘windenergie zijn ingerommeld’? Wie heeft de vanzelfsprekendheid van wind erin gelobbyd? Zijn er alternatieven om al het windgeld aan te besteden, die uiteindelijk beter zullen presteren? Hoe lang zullen windmolens bestaan, vijftig jaar? En dan?
Reageer en draag bij aan het volgende artikel ‘Hoe Nederland de windenergie is ingerommeld’.

Beeld windmolens-subsidie3: IEA / IEA World Energy Outlook 2012
Beeld windmolens-subsidie4: CBS / CBS
Beeld windmolens-subsidie5: CBS / Hernieuwbare energie 2014
Beeld windmolens-subsidie6: IPCC / IPCC SRREN 2011