Shell als aanjager van de energietransitie

Shell als aanjager van de energietransitie
EXPERTBIJDRAGE

Duurzame energie wordt big business. Mark van Baal van Follow This stelt zich in deze expertbijdrage voor wat er zou gebeuren als een oliegigant als Shell de leiding zou nemen in de energietransitie. ‘De olie-industrie staat voor een Kodak-moment.’

Wat zou er gebeuren wanneer Shell miljarden zou investeren in windparken op de Noordzee of zonneparken in de Sahara? De noodzakelijke transitie naar een duurzame energievoorziening zou in een stroomversnelling komen.

Met die droom richtte ik Follow This op, een groeiende beweging van Shell-aandeelhouders, die slechts één agendapunt heeft: Shell wordt een duurzaam energiebedrijf door vanaf nu alle winst uit fossiele brandstoffen te investeren in duurzame energie. Met 900 aandeelhouders met vier miljoen euro aan aandelen kreeg Follow This kreeg dit op de agenda van Shells volgende aandeelhoudersvergadering op 24 mei. Dan stemmen alle aandeelhouders over deze nieuwe strategie. Follow This verzamelt nu steun onder pensioenfondsen, zodat Shell zich voldoende gesteund voelt om het roer om te gooien.

Agendapunt voor de aandeelhoudersvergadering op 24 mei: ‘Shareholders resolution: Shell will become a renewable energy company by investing the profits from fossil fuels in renewable energy.’

Kodak geldt inmiddels als klassiek voorbeeld van een bedrijf dat weigerde het roer om te gooien. In 1975 vond Steven Sasson, een R&D-werknemer van Kodak, de digitale camera uit. Kodak besloot er niet voor te gaan. De fotografiegigant had sinds 1880 een gouden business: fotorolletjes en fotopapier verkopen, en had geen idee hoe je geld moest verdienen met digitale fotografie. In 2012 ging Kodak failliet. De ondergang van Kodak is inmiddels een metafoor geworden voor een industrieleider die te lang vast houdt aan zijn oude businessmodel en weigert een nieuwe technologie te omarmen. Die nieuwe technologie is vaak het probleem niet (Kodak had hem zelf in huis). De heilige graal is het nieuwe businessmodel.

Een recenter voorbeeld van een gevestigd bedrijf dat te laat reageert, is de Duitse elektriciteitsreus RWE. Terwijl heel Duitsland overschakelde op zonnepanelen en windturbines, kocht RWE met Essent nog meer kolencentrales. De helft van de 9 miljard die RWE voor Essent betaalde, is inmiddels afgeschreven. De beurswaarde van RWE halveerde.

Kodak-moment

De olie-industrie staat nu voor een Kodak-moment. Naast morele argumenten om van fossiele brandstoffen af te willen, is er een economisch argument: fossiele brandstoffen worden steeds duurder om uit de grond te halen en duurzame energie wordt steeds goedkoper. Het tijdperk van easy oil is immers voorbij. Oliemaatschappijen moeten naar steeds onherbergzamer gebieden (de Noordpool en oceanen bijvoorbeeld), steeds dieper boren en steeds meer geweld gebruiken (fracken) om olie en gas omhoog te krijgen. Dat de marktprijs van olie nu laag is (ten opzichte van een paar jaar geleden, niet ten opzichte van vorige eeuw) verandert niets aan de stijgende winningskosten.

De kosten van olie stijgen ook omdat steeds meer milieukosten, die lang buiten de kostprijs van fossiele brandstoffen zijn gehouden, in de kostprijs terechtkomen, bijvoorbeeld in de vorm van CO2-belasting. Bovendien heeft de wereldwijde politieke doelstelling om de opwarming van de aarde binnen 2 of zelfs 1,5 graden Celsius te houden, een ongemakkelijke consequentie voor de olie-industrie: volgens berekeningen van Carbon Tracker, een Britse denktank van oud-bankiers, moet tweederde van alle olie- en gasreserves van oliebedrijven in de grond blijven om die doelstelling te halen.

De boekhouding van Shell staat vol met olie en gas dat nog in de grond zit. Shell zit daarmee op een oliezeepbel (Carbon Bubble in jargon) en bankiers spreken van stranded assets (waardeloze bezittingen).

Energietransitie

Tegelijkertijd gaan de kosten van het alternatief – duurzame energie – naar beneden. Logisch, want de kosten van duurzame energie, of het nu zonnepanelen of windturbines zijn, bestaan alleen uit de kosten van technologie. Technologie, of het nu om cd-spelers of computers gaat, wordt altijd goedkoper en beter. De gevestigde orde onderschat de snelle opkomst van duurzame technologie echter, de opkomst van elektrische auto bijvoorbeeld.

Waar wacht Shell nog op?

Het eerste antwoord dat je vaak hoort, is: olie en gas leveren veel winst op. Dat is nu precies de reden om nu te investeren in duurzame energie. We vragen Shell daarom niet om direct te stoppen met het winnen van olie en gas, maar juist om zo veel mogelijk winst te maken met zijn olie- en gasvelden, zolang het nog duurt. We vragen alleen om deze winsten (na het betalen van dividend) vanaf nu te investeren in de energie van de toekomst: duurzame energie, die de rol van fossiele energie gaat overnemen.

Een tweede antwoord is vaak: Shell is nu eenmaal goed in moleculen (lees olie en gas) en niet goed in elektronen (lees duurzame elektriciteit). Wat hiermee – bewust of onbewust – eigenlijk wordt gezegd is: ‘We zijn goed in ons huidige businessmodel – olie oppompen, raffineren en verkopen – en we hebben geen idee hoe het nieuwe businessmodel van duurzame energie eruitziet.’

Het ontwikkelen van een nieuw businessmodel is inderdaad meestal lastiger dan het ontwikkelen van nieuwe technologie. Eén ding is echter wel zeker: wie niet meedoet met de zoektocht naar nieuwe businessmodellen, is gezien, net als Kodak.

Shell zal zichzelf daarom opnieuw moeten uitvinden als duurzaam energiebedrijf en dat kan het beter nu doen, nu de miljarden uit olie en gas nog binnenkomen. Een transformatie naar een duurzaam energiebedrijf is voor Shell niet langer alleen een morele verplichting, maar ook een verplichting aan de aandeelhouders.

Follow This

Over de auteur:

Mark van Baal, oprichter van Follow This, een beweging van aandeelhouders Shell die Shell willen bewegen de leiding te nemen in de energietransitie.