Stichting Z.O.N. schetst toekomstscenario salderingsregeling

Stichting Z.O.N. schetst toekomstscenario salderingsregeling

Stichting Z.O.N. houdt zich als lobbygroep doelgericht bezig met het salderingsdossier. Middels een ingezonden brief aan Solar Magazine schetst Z.O.N. een scenario voor de toekomst van salderen.

De doelstelling van stichting Z.O.N. is het afschaffen van de salderingsregeling net zo moeilijk te maken als het afschaffen van de hypotheekrenteaftrek. ‘Daar komen we direct het eerste grote verschil tegen. Ieder parlementslid kent het belang van de hypotheekrenteaftrek voor de huizenmarkt. Maar lang niet alle Kamerleden zijn zich ervan bewust dat 70 procent van de Nederlandse zonnepanelenmarkt gebruikmaakt van de salderingsregeling. Veel Kamerleden gaan ervan uit dat de SDE+– en postcoderoosregeling een veel groter deel van de markt voor hun rekening nemen. Die twee regelingen staan immers in het Energieakkoord en alleen hetgeen daarin staat, komt op de radar. Afschaffen of aanpassen wat niet op de radar staat – en dus niet relevant lijkt – is een stuk gemakkelijker dan het afschaffen van de hypotheekrenteaftrek.’

Prosumentenvergoeding

Z.O.N. heeft naar aanleiding van een onderzoek van Energie Onderzoekcentrum Nederland een scenario opgesteld voor de toekomst van salderen.

‘Onze conclusie was dat er maar één scenario is dat de markt in stand houdt, eenvoudig is uit te leggen aan de consument, de terugverdientijd rond de zeven jaar houdt én alle verschillende saldeerders (de boer met zijn systeem van 50 kilowattpiek, net zo goed als de particulier met zijn 4 zonnepaneeltjes) gelijk behandelt: een geleidelijke en vaststaande afbouw door het invoeren van een vergoeding die de zelfopwekker betaalt voor alle aan het elektriciteitsnet geleverde stroom (en dus niet de zelf verbruikte stroom). Deze vergoeding zou kunnen beginnen met bijvoorbeeld 1 eurocent in het eerste jaar, 2 eurocent in het tweede en geleidelijk – en volgens een vast plan – groeien naar hetzelfde bedrag als de Energiebelasting in 2030. Daarmee zou dan in 2030 het salderen geleidelijk, maar geheel afgebouwd zijn. We noemen deze vergoeding de ‘prosumentenvergoeding’. Twee alternatieven zijn daarbij interessant om te benoemen: het ‘grandfathering’-principe en de flexibele elektriciteitstarieven.’

‘Grandfathering-principe’

‘Het ‘grandfathering-principe’ voor salderen houdt in dat iedereen die vóór 2020 zonnepanelen heeft geplaatst, het recht behoudt om te blijven salderen. Bij flexibele tarieven, die gekoppeld zijn aan slimme meters, heeft zowel het invoeden als het afnemen van elektriciteit op verschillende momenten van de dag een andere prijs. Het is een markt waarin batterijen en domotica een belangrijke rol spelen, omdat je overdag produceert en niet gelijktijdig, maar pas aan het einde van de dag je stroom aan het elektriciteitsnet levert. Je hebt dus een paar uur te overbruggen. Een optie die voor meerdere partijen erg aantrekkelijk is en ook in Den Haag en Brussel veel weerklank vindt. Het grootste probleem: wij weten niet wanneer de elektriciteitsmarkt, de techniek en de wetgeving zo ver zijn om dit mogelijk te maken.’

‘De elektriciteitsmarkt gaat veranderen en er liggen kansen in deze verandering. Het heeft geen zin onze ogen hiervoor te sluiten, want dan zullen het andere marktpartijen zijn die hier de vruchten van plukken en niet de solar markt. Waar wij voor moeten zorgen, is dat we van het ideaal van nu – salderen – komen tot het ideaal van wie weet 2025. Met een flexibele markt, domotica- en batterijtechnologie en een aangepast juridisch kader.’

Uitdaging voor stichting Z.O.N.

‘De vergoeding voor het invoeden, de ‘prosumentenvergoeding’ zou dan ingevoerd kunnen worden als een ‘soft landing’ voor het salderen. De jaarlijks volgens een vast patroon vastliggende groei van deze vergoeding zal het binnenhouden van stroom en de innovaties daaromtrent stimuleren. Stroom die je opwekt en binnenhoudt zit niemand in de weg en wordt dus ook op geen enkele manier ontmoedigd; integendeel. Het moet vervolgens aan de consument zijn om te kiezen of hij overgaat naar de flexibele tarievenmarkt zónder prosumentenvergoeding – want op het juiste moment invoeden mag natuurlijk niet ontmoedigd worden – of dat hij gebruik blijft maken van de vertrouwde salderingsregeling, die zich dan weliswaar geleidelijk afbouwt met de prosumentenvergoeding. De businessmodellen die we verwachten, zullen het aantrekkelijk genoeg maken om iedereen op termijn te laten kiezen voor de flexibele tarieven.’

‘De uitdaging die wij als markt daarbij hebben is dat wij nog altijd niet zo bekend zijn als de hypotheekrenteaftrek en geen enkele politieke partij salderen op de voorpagina van zijn partijprogramma heeft. Toch wordt zelfs de hypotheekrenteaftrek geleidelijk afgebouwd, waarbij in ieder geval zorgvuldiger met de belangen van de maatschappij omgesprongen wordt dan in menig ander dossier. Als wij hetzelfde kunnen bereiken voor salderen, dan zullen alle inspanningen van de stichting Z.O.N.-kernleden en supporters zin hebben gehad.’