NWO geeft 1,7 miljoen om smart grids in woonwijken succesvoller te maken

NWO geeft 1,7 miljoen om smart grids in woonwijken succesvoller te maken

Smart Grids in woonwijken kunnen nog succesvoller worden als de gebruikersinteractie sterk verbetert. Daarvan is hoogleraar Angèle Reinders van de Universiteit Twente overtuigd. Ze ontvangt voor haar project  1,7 miljoen om dit vraagstuk te onderzoeken.

Het onderzoek van Angèle Reinders (Sustainable Energy & Design) binnen  Co-Evolution of Smart Energy Products and Services (CESEPS), vindt plaats op het snijvlak van energiestudies en industrieel ontwerpen. Reinders: ‘We onderzoeken hoe eindgebruikers in de praktijk het ontwerp van energiesystemen en -producten ervaren. Het bleek dat veel energieprojecten vooral met een technische scope zijn opgezet. Mensen kunnen bijvoorbeeld hun vaatwasser of droger zo programmeren dat deze ingeschakeld worden bij aanbod van duurzame energie of als de prijs van elektriciteit op het net laag is. De interfaces zijn echter nog te vaak een ver-van-mijn-bed show. Mensen zien een mooi grafiekje, maar dan? In de proeftuinen hebben bewoners een soort schil om hun woning van allerlei energietechnologieën die automatisch functioneren, maar is er nauwelijks invloed op de eigen energie-efficiënte. In dit project ontwikkelen we een totaalplaatje dat goed past bij menselijk gedrag. We kijken naar gebruikerservaringen, energiemetingen en nieuwe energieproducten en -diensten.’

Proeftuinen

In de energietransitie kunnen slimme product-dienst combinaties, zoals het laden van elektrische voertuigen (e-bikes en auto’s) wanneer zonnestroom beschikbaar is, een belangrijke rol spelen. Uit evaluaties van smart grid proeftuinen (woonwijken) in Nederland en Oostenrijk bleek dat de focus nog te veel op technologie ligt. De gewone burger begrijpt er soms maar weinig van. Nederland kent diverse proeftuinen, zoals in Groningen (PowerMatching City), Heerhugowaard en een tiental andere gemeenten. “Een deel van deze pilots wordt geëvalueerd, evenals soortgelijke projecten in Oostenrijk”, vertelt Angèle Reinders.

Smart grids

Het energiesysteem in Nederland verandert radicaal. De gebouwde omgeving speelt een belangrijke rol in de transitie naar een totale duurzame energievoorziening. In woonwijken wordt veel energie gebruikt én opgewekt en worden nieuwe technologieën aan elkaar gekoppeld. Bij deze decentrale energieopwekking worden met hulp van smart grids en ICT-voorzieningen vraag en aanbod lokaal op elkaar afgestemd.
Reinders is zeker groot voorstander van de transitie naar Smart Grids en duurzame energie. ‘Want energieopwekking door zonne-energie en windenergie is onregelmatig en onvoorspelbaar. Maar oude netwerken zijn niet goed voorbereid op een groot aanbod van duurzame energie en kunnen de pieken niet goed verwerken. Je hebt dus een Smart Grid nodig om die pieken te spreiden en storingen op het netwerk te voorkomen.’

Over CESEPS

CESEPS is één van de drie door wetenschapfinancierder NWO gefinancierde projecten in het Europese samenwerkingsprogramma ERA-Net Plus Smart Grids. In Nederland is in totaal ca. 2,7 miljoen euro beschikbaar voor het aanstellen van onderzoekers in transnationale projecten. Een derde hiervan gaat naar CESEPS. De verschillende onderzoeken zijn gericht op het ontwikkelen van Smart Grids in de context van stakeholders, technologie en markten. Ook de universiteiten van Wageningen, Utrecht, Delft, Graz en de organisaties DNV GL, eseia en AIT zijn betrokken.

Reinders leert veel van de samenwerking met Oostenrijkse collega’s. ‘Nederland is een van de hekkensluiters in Europa qua aandeel duurzame energie, slechts 5,5 %. Zon- en windenergie worden marginaal toegepast. In Oostenrijk is het liefst 75% procent, mede doordat er veel waterkracht, wind en zon is. In sommige gebieden in Oostenrijk wordt zelfs 100% duurzaam opgewekt. In Nederland willen we vooral meer verduurzamen, zij zijn juist bezig met het managen en stabiel maken van vraag een aanbod. Het zijn twee verschillende werelden. Om deze samen te brengen is een interessante, maar zeker niet onmogelijke uitdaging.’

Auteur: Jochem Vreeman
Bron: University of Twente