Uitstoot broeikasgassen wereldwijd gestegen, CO2-uitstoot stabiel

Uitstoot broeikasgassen wereldwijd gestegen,  CO2-uitstoot stabiel

De mondiale uitstoot van broeikasgassen is in 2016 opnieuw gestegen, met 0,5 procent. Deze toename is grotendeels toe te schrijven aan de toename van de uitstoot van niet-CO2 broeikasgassen.

Persbericht – De mondiale uitstoot van broeikasgassen is in 2016 opnieuw gestegen, met 0,5 procent tot een niveau van 49,3 gigaton CO2-equivalent. Deze toename is grotendeels toe te schrijven aan de toename van de uitstoot van niet-CO2 broeikasgassen, zoals methaan en lachgas, met 1 procent. Deze niet-CO2 emissies nemen zo’n 28 procent van de totale uitstoot van broeikasgassen voor hun rekening en zijn daarmee een belangrijke factor om rekening mee te houden bij het halen van de mondiale reductiedoelen. Na een jarenlange stijging bleef de wereldwijde uitstoot van CO2 in 2016, net als in 2015, grotendeels stabiel. Dit is vooral toe te schrijven aan een lager gebruik van kolen, veroorzaakt door een verschuiving in het brandstofverbruik voor de opwekking van elektriciteit naar gas en door de groei van het aandeel hernieuwbare elektriciteit.

Dit concludeert het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) in het rapport ‘Trends in global CO2 and total greenhouse gas emissions: Summary of the 2017 report’, de laatste in de reeks jaarlijkse rapportages van het PBL over de mondiale uitstoot van broeikasgassen. De uitstoot van niet-CO2 broeikasgassen zijn dit jaar voor het eerst meegenomen, en daarmee geeft het PBL een unieke kijk op de totale wereldwijde uitstoot van broeikasgassen in 2016.

Uitstoot EU blijft gelijk

De vijf landen met de grootste uitstoot plus de Europese Unie, die samen de helft van de wereldbevolking hebben, hadden in 2016 een aandeel van 68% in de totale CO2-uitsoot en 63% van de totale uitstoot van broeikasgassen. Van deze landen laat alleen India een flinke groei zien in de uitstoot van broeikasgassen, zo’n 4,7% in 2016. Rusland en de Verenigde staten laten beiden een dalende trend van -2,0% zien, net als Japan (-1,3%), terwijl China, de Europese Unie en de andere leden van de G20 in meer of mindere mate stabiel blijven ten opzichte van 2015. De groei van de mondiale uitstoot vindt verder vooral plaats in andere ontwikkelingslanden.

Niet-CO2 broeikasgassen

De niet-CO2 broeikasgassen vormen ongeveer een kwart (28%) van de totale uitstoot van broeikasgassen wereldwijd en zijn daarmee – naast CO2, waar beleidsmatig de meeste aandacht naar uitgaat – ook een belangrijke factor om rekening mee te houden in het terugbrengen van de mondiale uitstoot. De niet-CO2 broeikasgassen bestaan uit methaan (CH4), lachgas (N2O) en de zogeheten F-gassen (HFKs, PFKs en SF6). Vooral methaan heeft met 19% een flink aandeel in de totale uitstoot en wordt voornamelijk uitgestoten bij de productie van fossiele brandstoffen (25%), door vee (23%) en in de rijstproductie (10%).

Uitstoot uit bos- en veenbranden onzeker

In de hierboven genoemde cijfers is geen rekening gehouden met de netto CO2-uitstoot van veranderingen in landgebruik zoals ontbossing en de uitstoot van methaan en lachgas door bos- en veenbranden. De berekening hiervan wordt bemoeilijkt door de grote onzekerheid en door grote schommelingen tussen verschillende jaren. Met een schatting van netto 4,1 gigaton CO2-equivalent verhoogt deze bron de totale mondiale uitstoot van broeikasgassen in 2016 tot circa 53,4 gigaton CO2-equivalent.

Meer informatie: PBL – publicaties